
©Thomas Vanhaute
Een portretje van Stijn Meuris, enkele weken geleden gemaakt, nu in het nieuwe Vitaya-nummer.

©Thomas Vanhaute
Een portretje van Stijn Meuris, enkele weken geleden gemaakt, nu in het nieuwe Vitaya-nummer.

©Thomas Vanhaute
Cimetière de Montparnasse, Paris.
Onlangs tijdens een Paris-uitje, een boel interessante foto expo’s bekeken.

Ik keek al enkele maanden uit naar de HCB-expo in het Maison européenne de la Photographie (Paris IV).
Deze expo presenteert, ter gelegenheid van de 100e geboortedatum van Henri Cartier-Bresson een herneming van de inmiddels klassieke “Européens”-reeks van de meester, aangevuld met enkele, eveneens klassieke, Parijs-beelden.
De “Européens” zag ik in 1997 in London (Tate Gallery was het toen, denk ik) al, maar wou ik maar al te graag nogmaals savoureren.
En ik was weeral niet teleurgesteld, integendeel. Inmiddels zelf een beetje geëvolueerd als fotograaf, bekeek ik de reeks met andere ogen dan 12 jaar geleden. Eén aspect viel me daar nu meteen op: de absolute tijdloosheid van het HCB-oeuvre. Beelden die Cartier-Bresson in de jaren 1930 maakte, zouden net zo goed door een actuele, jonge fotojournalist gemaakt kunnen zijn. Zijn stijl heeft een zodanig onuitwisbare stempel op het genre (de fotojournalistiek) gedrukt, dat je in zowat elke goeie reportage-foto sinds de jaren ’50 (toen het medium aan zijn grote opmars begon) een haast directe verwijzing naar één of andere HCB-foto kan terugvinden. Onwaarschijnlijk.
Een tweede aspect dat me deze keer opviel, is de pretentieloze esthetiek en ‘artistieke waarde’ van sommige van HCB’s beelden: waar je vandaag de dag dezelfde jonge fotojournalisten zich in allerlei artistieke bochten ziet wringen om toch maar een zweem van artistieke ‘vernieuwing’ aan hun beelden te geven (op vlak van uitgesproken gezochte composities en kadrage, gebruik van diverse technieken, etc.), zijn zelfs (en vooral!) de vroegste snapshots van Cartier-Bresson zo overweldigend pretentieloos en toch mateloos vervuld van boeiende, meerlagige esthetiek, dat je alleen maar een grenzeloos respect voor het fenomeen HCB kan koesteren.
Het zijn ook echte snapshots, momentopnames, en dat voel je meteen. Anders dan tijdgenoten Doisneau (allemaal postkaarten!) of Eugene Smith (stuk voor stuk in scène gezet), die de snapshottechniek van HCB nastreefden, maar ze nooit onder de knie kregen. (Desalniettemin zijn zowel Doisneau en zeker Smith absolute grootmeesters, don’t get me wrong!).
Enfin, goede wijn behoeft géén krans, maar toch: bij deze bent u gewaarschuwd – een absolute must-see!
Verder zag ik op dezelfde locatie nog een prachtige tento van fotograaf Gérard Uféras: prachtige, klassieke reportagebeelden van achter de schermen van operahuizen, theatergezelschappen en modedéfilés. Helaas nu afgelopen, maar bekijk zeker zijn werk op het www.
Nu loopt er tevens een expo over Ferdinando Scianna, die zeker ook de moeite zal zijn.
***Ewin Olaf: Rain, Hope, Grief, Fall. (Institut Néerlandai, Paris VII).*** Helaas vandaag afgelopen…

Ik had in het FoMu Antwerpen de Olaf-expo gezien, maar bleef op mijn honger zitten, vermits Olaf’s naar mijns inzien mooiste recente reeksen ontbraken. In Parijs kreeg ik echter de kans om Rain, Hope, Grief en Fall toch nog te zien.
Vier prachtige reeksen vol emoties, fabuleus gestyled en subliem verlicht. Ze doen me vaak denken aan Edward Hopper (vooral de reeks Hope); een vouyeuristische inkijk in 50′s huiskamers, waar de lucht stijf staat van de opgekropte emoties. Maar zoals ik al zei, helaas is de expo vandaag afgelopen. Maar niet getreurd: fotoboek uitgever par excellence Aperture heeft een prachtig boek over deze reeksen.
***William Eggleston. Paris. Fondation Cartier*** (afgelopen)

In opdracht van de Fondation Cartier maakte William Eggleston een reeks impressies van Parijs, gefotografeerd over een periode van 3 jaar, als ik me niet vergis.
Geïntrigeerd door het affichebeeld, en omdat een mens toch ook eens wat anders wil zien dan de platgetreden paden (en omdat de fondation Cartier in zo’n prachtig gebouw van architect Jean Nouvel is gehuisvest), begaf ik me ter plaatse.
De opstelling van de expo beloofde al veel goeds: men daalt af in een warm-rood geschilderde lounge, met her en der op de muren quotes van Eggleston geprint. Zéér mooi gedaan.
Helaas was de inhoud van de expo een koude douche. Of neen, zelfs dàt niet: ik bleef er gewoon onverschillig onder.
Maybe it’s me, maar ik vind het absolute rommel, wat Eggleston maakt. Snelle snapshots van vormen en kleuren in het straatbeeld, het idee kan dan best boeiend zijn, de wat mij betreft ongeïnspireerde manier waarop Eggleston er zich van af maakt (want die indruk krijg je toch onvermijdelijk) doet deze idee géénszins eer aan. Je zoekt je een pleuris naar dubbele bodems, of verborgen boodschappen in de beelden, maar moet na enige tijd helaas toegeven dat die er niet zijn (wat die recensent van The Guardian in bovenvermelde link ook mag zeggen). Na het bekijken van deze expo dacht ik onwillekeurig: die Eggleston heeft al de kunstcritici al 40 jaar bij hun pietje. But then again, maybe that’s just me…
Verder zag ik nog een overzichtstentoonstelling van David LaChapelle (Hotel De la Monnaie. Hollywood-esque, schreeuwerig, en slordige mis-en-scène), maar ik heb al genoeg getypt, en de zon schijnt buiten, dus tot hier en niet verder.
Enfin: met de Cartier-Bresson tentoonstelling hebt u het perfecte excuus voor een zomerse trip naar Parijs. Daarbuiten bulkt de lichtstad constant van de tentoonstellingen van wereldklasse, dat je nooit kan missen.
Allons, enfants de la patrie!

©Thomas Vanhaute
Buurman zanger Geert Verdickt, geportretteerd voor Vitaya Magazine.

©Thomas Vanhaute
Op 25 juni overleed zangeres/presetatrice Yasmine.
Altijd ontzettend droef als een zo jong iemand er plots niet meer is. Zo ook nu weer.
Ik heb slecht één keer het genoegen gehad haar te ontmoeten, en haar te fotograferen. Op 16 december 2005 – ik heb het het even opgezocht – moest ik haar voor De Morgen in het kader van een interviewreeks fotograferen, in Antwerpen. Zoals vaak met fotosessies was het een vluchtig, vriendelijk maar uiterst professioneel contact; beide aan het werk, zij voor de camera, ik er achter. Onze ontmoeting duurde misschien 15 minuten, en toen weer elk onze weg.
Zonde.
(Ik vernam het terwijl ik in het buitenland zat, vandaar dat ik er nu pas over bericht.)