Vorige week maakte ik voor De Morgen een reeks portretten van Ouwo Moussa Maazou – een voetballer, blijkbaar.
Altijd een kalvarie, voetballers fotograferen: je krijgt 2 minuten om de man (want vrouwen zijn dat zelden) in kwestie in de saaist mogelijke setting (een voetbalstadion) toch liefst boeiend in beeld te brengen. In mijn geval wordt zo’n sessie steevast voorafgegaan door een zoektocht naar de sportman zelf, want ik weet zelden (of het moest Maradonna zijn) hoe die gasten er in het echt uitzien. Zo stond ik eens in één of andere voetbalkantine, waar een twintigtal sportgoden mij wijsmaakten dat zij allemaal de te fotograferen man waren. Hilarisch. U begrijpt, ik heb het zo niet met sportmannen.
Enfin, die Maazou was wel een brave jongen, en hij bleef mooi stilstaan, en lachte dan ook nog eens geregeld naar het vogeltje. Een meevaller dat hij Afrikaan was, want dat fotografeert toch een stuk beter dan, pakweg, een Kazach.
Ik vond deze foto wel geslaagd (zie onder) maar de krant vond die andere beter (zie nog meer naar onder).
Waarom? De eerste is eerlijker, directer. De tweede is gewoon te dramatisch – en hij kijkt weer naar boven…
Ik probeer al jaren te vermijden om mensen in die pose te zetten, maar helaas trap ik zelf elke keer opnieuw in die val. Ik verklaar mij nader.
Mensen naar boven laten kijken is altijd prijs, altijd gewonnen: het licht (dat meestal van bovenaf schijnt) valt mooi op het gezicht, en ze krijgen van die mooie ‘catchlights’ in hun ogen. En het ziet er daarenboven nog lekker dramatisch uit ook. Ideaal voor een mooi portret dus…
Maar na honderden keren dat truukje te hebben gebruikt, wordt je er zelf wel mottig van. Maar afkicken is errrug moeilijk… mea culpa dus, voor elke keer dat ik het deed, en voor al die keren dat ik het nog zal doen.

©Thomas Vanhaute

©Thomas Vanhaute/De Morgen














