
©Michiel Hendryckx
Recent bezocht ik de expo van Michiel Hendryckx in het Antwerpse Fotomuseum, en werd er aangenaam verrast.
Mijn verwachting waren ook niet bijzonder hoog gespannen: Michiel Hendryckx is niet meteen de fotograaf van de spectaculaire artistieke uitspattingen, noch van de grote verassingen. Tijdens mijn bezoek aan de expo besefte ik plots (eindelijk) dat dàt net Hendryckx’ sterkte is: zijn oeuvre is er één van constante bescheidenheid, met veel respect voor klassieke artistieke waarden. Waar je als foto-liefhebber tegenwoordig struikelt over would-be-art-farty fotografie, schittert het werk van Michiel Hendryckx door zijn éénvoudige zoektocht naar tijdloze schoonheid. Voor Michiel hoeft het allemaal niet te moeilijk: mooi is al moeilijk genoeg.
Hendryckx is overduidelijk een kind van zijn (fotografische) generatie: zij die, in het diepe spoor van HCB( én Willy Ronis, Ernst Haas, Riboud en de anderen) , zoeken naar schoonheid in lichtstralen en in geometrie, in de esthetiek van het dagelijkse straatbeeld. Géén grote woorden of overbeladen dramatiek, laat staan (te hoge) artistieke aspiraties. De kracht van de beelden ligt in de éénvoud ervan. Enkele beelden in de tentoonstelling zijn trouwens bijna rechtstreekse verwijzingen naar klassiekers van eerder genoemde fotografen.
Terwijl deze stijl vandaag een beetje in een donker hoekje geveegd lijkt, komt ze voor mij tegenwoordig vaak als een aangename verfrissing, tussen het al te spectaculaire geweld van de digitale ‘anything goes’-generatie.
Een detail misschien, maar het viel me toch op (being the tech-nerd that I am) : Michiel Hendryckx is één van de weinige reportage-fotografen die op een erg gevarieerde en interessante manier met een (50 mm) standaard-objectief kan werken. Ook hier weer duidelijk de erfenis van de Franse meesters uit de vorige eeuw. Met dat verschil dat Michiel het niet moet stellen met een analoge Leica en 100 ASA-film (in het beste geval)… Gelukkig maar.
De tentoonstelling oogt ook erg verzorgd, met prachtige prints in éénvoudige maar passende kaders. Waarom sommige beelden groter dan andere werden geprint (en waarom er één enkel beeld 2 maal hangt), is me niet helemaal duidelijk, maar plaatsgebrek zal daar zeker een factor in zijn. Volgens mij had men dit beter opgelost door de selectie van de beelden strenger aan te pakken – minder en betere beelden, het werkt vaak beter dan een (te) ruime selectie.
Er is ook een mooi boek uitgegeven bij Lannoo. Mooi verzorgd fotoboek, hoewel de diepe zwarten in de druk weer wat te wensen overlaten. Anders niets dan lof.









