Matthijs Scheepers


©Thomas Vanhaute

Ella-June & Fleur


©Thomas Vanhaute

Portret van actrice Elle-June Henrard en regisseur Fleur Boonman, voor De Morgen.

Studio Job


©Thomas Vanhaute

Enkele weken geleden mocht uw dienaar nog eens proeven van de fine-fleur van het Laaglandse design, tijdens de opening van de kunst/design-gallerij van Studio Job, in Antwerpen. En het moet gezegd, het was een op zijn minst opmerkelijke ervaring.
De fonkelnieuwe ruimte aan de Antwerpse Begijnenvest was voornamelijk bevolkt met welstellend Hollands mansvolk, zoveel was duidelijk – u kent ze wel: golvend zilveren haar tot in de nek, een tweed of suede vest met obligate halsdoek, gevolgd door een steevast te korte (wtf?!) jeansbroek, en afgewerkt met blinkend lederen herenschoeisel. En de volumeknop op 11.
Bij binnenkomst werd ik (Winterparka, te lange jeans, bergschoenen) dan ook als een zeldzame soort ontvangen, met de waarschuwing dat de pastgepolijst vloer teerder dan een babyhuid was, en ik maar beter mijn overlevingsschoeisel aan een grondige reiniging kon onderwerpen alvorens het heiligdom te betreden. Mijn poetsen en schrobben baatte nauwelijks, waardoor tijdens mijn aanwezigheid ik op de voet gevolgd werd door een lakei die mijn sneeuw-sporen op de baby-vloer naarstig met een stofdoek verwijderde. I kid you not.
Dat alles geheel ter zijde.

Ik ben géén die-hard design-liefhebber, laat staan -kenner, maar Studio Job heeft me toch verrast moet ik zeggen.
Het Belgisch-Nederlandse duo Job Smeets & Nynke Tynagel worden zowel door Wallpaper als Time Magazine tot designgoden van hun tijd gerekend, die met hun monumentale, geestige maar bovenal originele objecten de designwereld met verstomming slaan. Toegegeven, ik heb ook de ogen uit mijn domme kop gekeken, en af en toe kon ik een glimlach niet onderdrukken. Mooi vind ik het niet, maar daar draait het misschien ook niet om. In elk geval is het van een opmerkelijke originaliteit, nooit gezien. En dat is op zich al een heel benijdenswaardige kwaliteit.

Job en Nynke waren bescheiden maar charmante lui, die gewillig poseerden voor enkele van hun leukste werken. De foto bovenaan vond ik de mooiste, maar haalde de lay-out niet. De shoot heeft me ook fotografisch iets bijgeleerd: waar ik voorheen blinkende oppervlakten als achtergrond meed (omdat ze je flitsers reflecteren), heb ik ondervonden dat je van de nood een deugd kan maken: eigelijk is de weerspiegeling van een rond licht (paraplu of octa e.d.) achter het onderwerp wel heel mooi, tenminste als het vrij centraal staat. Dat lukte mooi in het eerste portret, wat minder in het tweede (glasraam), omdat ik daar meer strijklicht wilde. ‘t Is geven en nemen hé, la vie

Agnès Goyvaerts’ interview met Job & Nynke staat vandaag in De Morgen Magazine.


©Thomas Vanhaute/De Morgen Magazine

Gunther Verspecht (STASH)


©Thomas Vanhaute

Mijn portret van de sympathieke Gunther Verspecht (van de band STASH) voor het Vitaya-nummer van deze maand.
In het magazine staat de zwart/wit-versie, maar voor mijn blog haal ik de kleuren-versie uit de kast. Nee, zonder dank.

Tech: 1DsmkIII, 85/1.2 (never leave home without it), 580EX met plu.

Troyt Coburn


©Troyt Coburn

Eén van mijn absolute favoriete fotografen: Troyt Coburn, mode- en portretfotograaf.
Ik weet haast niks over de man (ik neem aan dat het een man is?!), alleen dat hij duidelijk tot de absolute wereldtop behoort. Een meester van licht en vorm, die uitblinkt in subtiele perfectie. Magistraal.
Hij (?) heeft overigens ook een werkelijk fantastische retoucheur in dienst, die het werk alle eer aandoet met zijn/haar postproductie. Chapeau.

De Morgen/ZENO: Matthias Schoenaerts


©Thomas Vanhaute/De Morgen

Portrettten van acteur Matthias Schoenaerts, voor De Morgen/ZENO van vandaag.
Hieronder nog enkele shots uit deze sessie. Benieuwd welke jullie voorkeur geniet.
Met mijn meilleurs voeux pour le nouvel an, qoui.

Tech: Canon1DsmkIII, 85mm L 1.2 II, 16-35mm 2.8 II L, 50mm 1.4. Canon 580 EXII via paraplu, PocketWizard PlusII.


©Thomas Vanhaute

©Thomas Vanhaute

©Thomas Vanhaute

©Thomas Vanhaute

MediaStorm, of de toekomst van de fotojournalistiek


©mediastorm.com

Alleen wie de laatste 5 jaar op Mars verbleef, heeft niet gemerkt dat het media-landschap enorme veranderingen heeft ondergaan, de fotojournalistiek niet in het minst. Adverteerders dwaalden af naar andere (lucratiever) media, oplages kelderden, budgetten droogden op – in die volgorde. De klassieke ‘foto-story’ zoals Eugene Smith en TIME ze uitvonden is op sterven na dood. In de printmedia is géén plaats en géén geld meer, en binnen een paar jaar is de print-media as we know it hoogstwaarschijnlijk ook een bedreigde soort (eigenlijk is ze dat nu al). Televisie biedt natuurlijk géén oplossing in deze, dus waarheen met al die mooie, sterke en ontroerende beeld-verhalen?

Tijd voor nieuwe paden dus. En het Internet is de (enige?) oplossing, de nieuwe Messiah. Als het goed gemaakt is, is een slideshow met wat audio eronder erg boeiend om naar te kijken. Maar er is meer natuurlijk: de mogelijkheden die het WWW je als (foto)journalist biedt zijn haast eindeloos, en worden met de dag uitgebreider.
Ik weet niet meer precies hoe en wanneer ik MediaStorm.com leerde kennen, maar het moet ergens in 2007 geweest zijn. Ik was meteen onder de indruk van dit ‘nieuwe medium’: een nieuwe, verfrissende kijk op fotojournalistiek. Eindelijk.
MediaStorm.com is een verzamelplaats van multimediale foto-en videojournalistiek, waar de grenzen van de verschillende media elkaar naadloos overlappen. Alle essays op de site zijn van wereldklasse, en worden op een voorbeeldig gebruiksvriendelijke manier aan de kijker gepresenteerd.


©mediastorm.com

Neem nu het magistrale “Bloodline” van Kristen Ashburn. Je moet dringend naar de psychiater als dit essay je onberoerd laat.
Door het foto-verhaal te combineren met stukken audio en video (allemaal door Ashburn zélf vastgelegd), krijg je als kijker een véél dieper inzicht in de materie en het verhaal, dan op de klassieke manier van fotojournalistiek: een aantal bladzijden beeldmateriaal in een krant of tijdschrift, die staande worden gehouden door enkele flarden tekst, if that. Dit is voor mij persoonlijk ook de reden waarom ik foto-essays in een print-medium vaak slecht kort doorblader, en meteen weer vergeet: zonder diepere duiding lijken veel reportages onvermijdelijk op elkaar, waardoor je géén zin meer hebt om ze te bekijken. Er is te weinig informatie die je emotioneel aan het onderwerp kan binden, het verhaal staat of valt met de esthetische kwaliteiten van de foto’s – wat eigenlijk de minst relevante factor zou mogen zijn, in het licht van een journalistiek verhaal.
De manier waarop Kristen Ashburn (dit is maar een voorbeeld, ik zou er 10 andere kunnen noemen) haar verhaal doet in ‘Bloodline’, houdt echter wél je aandacht vast. Niet (enkel) door de prachtige beelden, maar door het persoonlijke verhaal van de mensen achter de beelden, naar voren gebracht in eenvoudige video-opnames.
Het is bloedstollende journalistiek, het is prachtige fotografie, maar het is ook een opstapje naar méér dan alleen kijken. Je kan als kijker meteen doorklikken naar informatiesites over HIV, hulporganisaties, fundraisers, relevante blogs en podcasts, etc. Voor het eerst kunnen (foto)journalisten méér doen dan alleen maar ergens lekker exotisch plaatjes schieten van andermans misérie. Door het verhaal op zulke multimediale (vreselijk woord, maar perfect toepasselijk) manier te vertellen, is de kans veel groter dat de onderwerpen van het verhaal er ook iets voor terug krijgen – zeker voor het Noord-Amerikaanse publiek, waar fundraising een totaal andere dimensie kent als in Europa. Voor veel fotojournalisten een kans om het stigma van ‘lijkenpikkers’ af te werpen, en de reportages hun maatschappelijke relevantie – verloren door decennia van oppervlakkige ’slecht-nieuws journalistiek’ – terug te geven.


©mediastorm.com

Terug naar MediaStorm. Een andere mooi voorbeeld van vernieuwing is “Iraqi Kurdistan”, een still/video reportage van Nat Geo-veteraan Ed Kashi.
Nu ik deze repo nog eens opnieuw bekijk, weet ik meteen weer waarom ik ze zo goed vond. Het was (en is nog steeds!) nieuw, verfrissend, boeiend. Het is fotojournalistiek en toch ook weer niet. Video is het zeker ook niet. Je merk meteen dat Kashi fotograaf is, die beelden uit de werkelijkheid afzonderlijk bekijkt. Maar door ze met deze stop-motion (én de audio) techniek te laten zien, wordt het toch weer héél wat anders dan de klassieke foto-repo, waarvan je er al teveel hebt gezien. De foto’s komen tot leven, het verhaal komt tot leven. En op één of andere manier is het toch boeiender dan wanneer dit gewoon als video was gemaakt. De pauzes in de bewegende beelden laten je toe om nu en dan een beeld langer te bekijken, en het meer te doorgronden. Het tempo ligt misschien wat hoog, maar het is dan ook een experimenteel gegeven.
(in de zelfde lijn zag ik vandaag enkele still/video werkjes van Chris Morris (VII/TIME); héél anders maar erg mooi en boeiend).

Dit zijn maar twee voorbeelden uit de ondertussen ontzettende rijke en boeiende catalogus van MediaStorm, een platform voor vernieuwende foto/video-journalistiek. Een nieuw concept, in een geniale site gegoten. Stills, video, verhalen. Daar gaat MediaStorm over.
Zeker volgen.

Blijft natuurlijk de ham-vraag: wie gaat dat allemaal betalen? En inderdaad, budget is altijd al het grootste struikelblok voor goeie fotojournalistiek geweest, en dat zal ook wel zo blijven: het kost handenvol geld om journalisten de wereld rond te vliegen, verblijf en materiaal te bekostigen, fixers en visa te betalen, etc, etc… Het was in het tijdperk van de klassieke printmedia al een probleem, wat gaat er dan veranderen door het op het gratis internet te zwieren?
Ik ben verre van een media-kenner, maar het zou me verbazen als nieuwsmedia op het WWW gratis blijven. Consumenten betalen al 100 jaar top-dollar voor een krantje elke dag, dus waarom zouden ze dat niet voor online-content gaan doen? De overgang van print- naar onlinemedia zal géén revolutie zijn, ik zie het eerder als een evolutie: zoals we 1000 jaar geleden van handgeschreven manuscripten naar gedrukte boeken evolueerden, zo zullen we meer dan waarschijnlijk ooit van gedrukte media naar online of ‘on-screen’ media evolueren (zag je die e-books liggen op de Boekenbeurs?).
Dat is maar een kwestie van gewenning, zal ik maar zeggen.
Om terug te komen op het bekostigen van reportages. Zoals ik al zei, de meeste nieuwsmedia zijn vandaag nog grotendeels gratis toegankelijk. Dat zal veranderen, kan niet anders. Maar is dat zo erg? Stel jezelf de vraag of je werkelijk géén 1 Eurocent (ik zeg maar wat, het kan evengoed 0,01 of 10 Eurocent zijn) over zou hebben om online een geweldig interessante reportage als “Bloodline” te zien? Ik in elk geval wél.

We zullen wel zien hoe het allemaal uitdraait. In the mean time: geniet van MediaStorm.com, tot nader order gratis en voor niks.

Matthias Schoenaerts


©Thomas Vanhaute

Portret van acteur Matthias Schoenaerts, gefotografeerd voor een nieuwe interview-reeks in Vitaya magazine. Verschijnt rond 20/11 als ik me niet vergis. Op naar de bladenboer!

Canon 1DsmkIII, 85 mm 1.2 II L. Bowens Gemini 500ws, reflectie-paraplu.

Expo ‘Dolen – Onderweg in Europa’ Michiel Hendryckx


©Michiel Hendryckx

Recent bezocht ik de expo van Michiel Hendryckx in het Antwerpse Fotomuseum, en werd er aangenaam verrast.
Mijn verwachting waren ook niet bijzonder hoog gespannen: Michiel Hendryckx is niet meteen de fotograaf van de spectaculaire artistieke uitspattingen, noch van de grote verassingen. Tijdens mijn bezoek aan de expo besefte ik plots (eindelijk) dat dàt net Hendryckx’ sterkte is: zijn oeuvre is er één van constante bescheidenheid, met veel respect voor klassieke artistieke waarden. Waar je als foto-liefhebber tegenwoordig struikelt over would-be-art-farty fotografie, schittert het werk van Michiel Hendryckx door zijn éénvoudige zoektocht naar tijdloze schoonheid. Voor Michiel hoeft het allemaal niet te moeilijk: mooi is al moeilijk genoeg.
Hendryckx is overduidelijk een kind van zijn (fotografische) generatie: zij die, in het diepe spoor van HCB( én Willy Ronis, Ernst Haas, Riboud en de anderen) , zoeken naar schoonheid in lichtstralen en in geometrie, in de esthetiek van het dagelijkse straatbeeld. Géén grote woorden of overbeladen dramatiek, laat staan (te hoge) artistieke aspiraties. De kracht van de beelden ligt in de éénvoud ervan. Enkele beelden in de tentoonstelling zijn trouwens bijna rechtstreekse verwijzingen naar klassiekers van eerder genoemde fotografen.
Terwijl deze stijl vandaag een beetje in een donker hoekje geveegd lijkt, komt ze voor mij tegenwoordig vaak als een aangename verfrissing, tussen het al te spectaculaire geweld van de digitale ‘anything goes’-generatie.

Een detail misschien, maar het viel me toch op (being the tech-nerd that I am) : Michiel Hendryckx is één van de weinige reportage-fotografen die op een erg gevarieerde en interessante manier met een (50 mm) standaard-objectief kan werken. Ook hier weer duidelijk de erfenis van de Franse meesters uit de vorige eeuw. Met dat verschil dat Michiel het niet moet stellen met een analoge Leica en 100 ASA-film (in het beste geval)… Gelukkig maar.

De tentoonstelling oogt ook erg verzorgd, met prachtige prints in éénvoudige maar passende kaders. Waarom sommige beelden groter dan andere werden geprint (en waarom er één enkel beeld 2 maal hangt), is me niet helemaal duidelijk, maar plaatsgebrek zal daar zeker een factor in zijn. Volgens mij had men dit beter opgelost door de selectie van de beelden strenger aan te pakken – minder en betere beelden, het werkt vaak beter dan een (te) ruime selectie.

Er is ook een mooi boek uitgegeven bij Lannoo. Mooi verzorgd fotoboek, hoewel de diepe zwarten in de druk weer wat te wensen overlaten. Anders niets dan lof.

Dani Klein


©Thomas Vanhaute

Portret van zangeres Dani Klein (Vaya Con Dios), naar aanleiding van haar nieuwe plaat.

Canon 1DsMkIII, 85mm 1.2L II

Volgende pagina »